huis van het werk

mei, 2019

Gewoonste zaak
van de wereld

Hoe ga je om met een wereld die voortdurend in verandering is? En hoe kun je de nieuwe kansen en uitdagingen die daarmee ontstaan, oppakken? Blijven leren en ontwikkelen is de oplossing.

De Nederlandse economie heeft een goede concurrentiepositie. Die goede positie behouden, gaat echter niet vanzelf. Er moeten antwoorden gevonden worden op de nieuwe uitdagingen die op ons afkomen. Denk aan de energietransitie, de digitalisering, de vergrijzing en de circulaire economie. Lang is gedacht dat de oplossing vooral gezocht moest worden in technologische innovatie. Inmiddels weten we dat technologie alleen niet bepalend is voor economische groei: ook de mens speelt een belangrijke rol. ‘De zoektocht naar voldoende opgeleid personeel zal het tempo van toekomstige economische groei meer en meer bepalen’, zegt de Rijksoverheid. Maar wat moeten medewerkers dan kunnen? En hoe zien de functies eruit die zij in de toekomst zullen moeten vervullen?
Snel aanpassen‘Een ding is zeker: niets is zeker’, zo luidt de bekende tegeltjeswijsheid. Niemand kan met honderd procent zekerheid voorspellenaan welke functies er over vijf jaar behoefte zal zijn. Snel aan-passen aan nieuwe marktomstandigheden wordt dus steeds belangrijker. Om mee te kunnen bewegen met het ritme van de tijd, is het belangrijk dat werknemers over een aantal algemene skills beschikken. Randstad – een van de toonaangevende organisaties op het gebied van personeel en arbeidsmarkt – stelt in haar kenniscentrum dat de toekomstbestendige werknemer over vijf basisvaardigheden moet beschikken: communiceren, samenwerken, analyseren, organiseren en durven & doen. ‘Werknemers van nu moeten agile zijn – in goed Nederlands: beweeglijk of lenig. Dat bepaalt hun waarde – en dus hun succes – op de arbeidsmarkt’, aldus Randstad.

Actie-agenda

Agile zijn en meebewegen betekent ook openstaan voor groei en ontwikkeling, voor nieuwe kennis en vaardigheden. Kortom: een leven lang leren, iets waarover al jaren gesproken wordt in Nederland maar dat nog niet goed van de grond is gekomen. De overheid wil daarin verandering brengen en heeft de Sociaal-Economische Raad (SER) gevraagd om een aanjaagfunctie te vervullen. Volgens SER moet de beweging van onderop komen. ‘De doorbraak rond een leven lang ontwikkelenbegint niet in Den Haag. Die begint in regio’s, sectoren en onderwijsinstellingen. Daar zitten de energie en de goede voorbeelden’, aldus SER-voorzitter Mariëtte Hamer in SER Magazine juni 2018.

SER

De SER wil daarom mensen en organisaties met elkaar in contact brengen om uitwisseling van kennis en best practices rondom een leven lang leren te stimuleren. Als daarbij kansen of problemen worden gesignaleerd die van landelijk belang zijn, zorgt de SER voor terugkoppeling aan de desbetreffende instanties. In de actie-agenda die de organisatie hiervoor heeft ontwikkeld, staat een positieve leercultuur centraal. Dit is een omgeving waarin mensen de juiste basisvaardigheden en mogelijkheden hebben om zich te blijven ontwikkelen. Dat doen ze op twee manieren: door eigentijds, flexibel onderwijs dat goed aansluit bij de vraag van het bedrijfsleven (formeel leren) en door in de praktijk te leren, tijdens het dagelijks werk (informeel leren). Organisaties ondersteunen en faciliteren dit proces, maar mensen nemen zelf de verantwoordelijkheid en regie: het is hún leven lang leren.

Positieve leercultuur

Een positieve leercultuur stimuleert en ondersteunt werknemers in hun ontwikkeling, dag in, dag uit. In het boek Een cultuur voor iedereen leggen Robert Kegan en Lisa Lahey uit welke drie dimensies organisaties met een sterke, positieve leercultuur, oftewel Bewust Ontwikkelingsgerichte Organisaties (BOO’s), kenmerken. In deze organisaties worden werknemers constant uitgedaagd om op de grenzen van hun comfortzone te werken, waardoor zij hun vaardigheden iedere dag uitbreiden (edge). Er is een veilige, transparante omgeving gecreëerd, waarin er geen taboe is op fouten maken en men heldere feedback krijgt (home). En alle processen binnen de organisatie, van beoordelingsgesprekken tot het vieren van successen, zijn gericht op het bevorderen van de ontwikkelcultuur (groove).Dan is ook bereikt wat SER-voorzitter Hamer voor ogen heeft: ‘Een leven lang ontwikkelen is net zo vanzelfsprekend als gezond eten en drinken.’

Growth mind

Niet alle medewerkers zullen het concept van ‘leven lang leren’ direct omarmen, hoewel het voor alle werknemers, van jong tot oud, van waarde is. Vanwege de snel veranderde context waarin zij opgegroeid zijn, hebben millennials over het algemeen minder moeite met aanpassen aan nieuwe omstandigheden dan oudere collega’s. Maar leeftijd is niet doorslaggevend: het gaat om de mindset van werknemers. In de vakliteratuur wordt gesproken over de tegenstelling tussen fixed minds en growth minds. Een fixed mind wil het liefst blijven doen wat hij of zij al doet en heeft geen zin in veranderingen. Een growth mind staat hier juist wel voor open: hij of zij is bereid om dingen te ontleren en opnieuw te leren en grijpt kansen om dit te doen met beide handen aan.
Belangrijk is ook om te beseffen dat leren niet beperkt blijft tot formeel leren, dat wil zeggen activiteiten die specifiek kennisoverdracht gericht zijn. Informeel leren, tijdens andere activiteiten, is minstens zo belangrijk. Sparren met een collega, succesverhalen uit andere vakgebieden horen en zelfs het lezen van de krant – er zijn iedere dag tal van kansen voor ontwikkeling en verbreding. Dat betekent ook dat een leven lang leren niet alleen voor grote organisaties met overeenkomstige opleidingsbudgetten is weggelegd. Sterker nog: zonder een positieve leercultuur zal zelfs het grootste budget niet het gewenste effect hebben. Alle bedrijven – ook kleine en middelgrote – kunnen met een leven lang leren hun voordeel doen en zowel medewerkers als organisatie een impuls geven. Het is een kwestie van de juiste mindset. «


Van de huidige scholieren en studenten zal 65% straks werken in banen die nu nog niet bestaan. Hun loopbaan zal divers zijn, met gemiddeld 10-14 banen voor hun 38ste. (bron: SER)


26% van de hoog opgeleiden nam in 2018 deel aan ‘leven lang leren’ tegenover 9% van de laag opgeleiden. (cijfers: 2016, bron: CBS)


Het aantal instructie-uren voor formeel onderwijs voor 25-65-jarigen was in Nederland 328; in Duitsland was dat 872. (cijfers: 2016, bron: CBS)



MARIËTTE HAMER

Mariëtte Hamer is sinds september 2014 voorzitter van de SER. Van 1998 tot september 2014 was zij lid van de Tweede Kamer voor de fractie van de PvdA. Voor haar politieke loopbaan was zij onder andere hoofd van de afdeling Strategisch Beleid en Beleidsverkenningen bij de directie Hoger Beroeps Onderwijs van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en directeur van een instelling voor volwassenenonderwijs in Zuid-Holland. Hamer was in 1984 de oprichter en eerste voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond, de LSVb. Zowel de relatie tussen onderwijs en arbeidsmarkt als emancipatievraagstukken zijn in al haar werkzaamheden belangrijke thema’s. «


© 2019 Huis van het Werk.
Concept en realisatie: Storytelling20
25.
All rights reserved.